In De Betoverde Woestijn nemen associatieve verbindingen tussen geluiden, beelden en woorden de plaats in van een logische verhaallijn. Zij laten indrukken na die voor iedereen in het publiek ver-schillend kunnen zijn, maar een vergelijkbaar basispatroon of "blauwdruk" hebben in het onderbe-wustzijn. Hierdoor ontstaat een grote herkenbaarheid, onafhankelijk van culturele achtergrond, op- leiding, ras en religie. De luisteraar kan een gevoel ondergaan zich in een andere wereld bevinden, met een gevoel van tijdloosheid.
De Betoverde Woestijn heeft een kernachtige boodschap: negatieve energie kan worden omgezet in positive energie door middel van creativiteit, de kracht van spiritualiteit en verbeelding. Dit wordt duidelijk gemaakt door het beeld van een dorre woestijn die verandert in een bloeiende woestijn, door het wonder van de hemelvaart van Maria, die het vrouwelijke en vruchtbaarheid symboliseert. Evenzo verandert een dolend personage in de woestijn (uitgebeeld door de performance kunstenaar) in een imker, die bijdraagt aan vruchtbaarheid en geluk.
Voor mij is het beeld van Maria vanzelfsprekend, het past bij de katholieke achtergrond van mijn voorouders en het gezin en de omgeving waar ik in opgroeide. Het rijk geschakeerde gezelschap van musici en dansers van ROOT-C : Rotterdam Out Of Time Company maakt het echter mogelijk de katholieke symboliek als een middel te zien om op een hoger, universeel niveau te komen en
De Betoverde Woestijn een boodschap te geven die door iedereen kan worden herkend.
De eerste uitvoering vond plaats in de Der Aa-kerk in Groningen in 2016, ter gelegenheid van de Schnitger Droomprijs die ik een jaar eerder ontving. Hier is een selectie van fragmenten, met Eliana Stragapede, dans; Martijn Alsters, fluit; René van Commenée, performance en percussie; Friso van Wijck, percussie; Willem Tanke, orgel. De choreografie was van Rik Kaijser.
De titels van de afzonderlijke delen zijn spontaan tot stand gekomen in het Engels, in alle gevallen nadat de contouren van een improvisatie/compositie duidelijk waren. Er is voor gekozen ze niet te vertalen in het Nederlands, om te voorkomen dat ze aan spontaniteit en kracht zouden inboeten. Alleen de naam van het werk als geheel, The Enchanted Desert, is vertaald, omdat De Betoverde Woestijn minstens zo mooi en suggestief klinkt en in Nederland natuurlijk beter communiceert. De muziek kent grote tegenstellingen en is rijk geschakeerd aan stemmingen, zoals verstilling (Stillness, My friend the Indian), ongecompliceerde vreugde (Listening to the fairies en Birds, drums and signals), woede en onmacht (Grooving Angry Elephants), intense dramatiek (Howling Sands), sensuele bedwelming (Madonna of the sky) en vervoering (Exaltation). In het algemeen heeft ieder stuk één grondstemming, vergelijkbaar met Affekt in barokmuziek. De grondstemmingen zijn eenvoudig te herkennen; ook in dit opzicht is De Betoverde Woestijn laagdrempelig, in tegenstelling tot veel hedendaagse muziek. Het programma is als volgt.
De Betoverde Woestijn heeft een kernachtige boodschap: negatieve energie kan worden omgezet in positive energie door middel van creativiteit, de kracht van spiritualiteit en verbeelding. Dit wordt duidelijk gemaakt door het beeld van een dorre woestijn die verandert in een bloeiende woestijn, door het wonder van de hemelvaart van Maria, die het vrouwelijke en vruchtbaarheid symboliseert. Evenzo verandert een dolend personage in de woestijn (uitgebeeld door de performance kunstenaar) in een imker, die bijdraagt aan vruchtbaarheid en geluk.
Voor mij is het beeld van Maria vanzelfsprekend, het past bij de katholieke achtergrond van mijn voorouders en het gezin en de omgeving waar ik in opgroeide. Het rijk geschakeerde gezelschap van musici en dansers van ROOT-C : Rotterdam Out Of Time Company maakt het echter mogelijk de katholieke symboliek als een middel te zien om op een hoger, universeel niveau te komen en
De Betoverde Woestijn een boodschap te geven die door iedereen kan worden herkend.
De eerste uitvoering vond plaats in de Der Aa-kerk in Groningen in 2016, ter gelegenheid van de Schnitger Droomprijs die ik een jaar eerder ontving. Hier is een selectie van fragmenten, met Eliana Stragapede, dans; Martijn Alsters, fluit; René van Commenée, performance en percussie; Friso van Wijck, percussie; Willem Tanke, orgel. De choreografie was van Rik Kaijser.
Deel 1
1. Intro bestaat uit spaarzame, percussieve geluiden, voortgebracht door een raadselachtig persoon, die de ruimte binnenkomt en verkent.
2. Stillness is oorspronkelijk een compositie voor orgel solo, geschreven in 1996 en opgedragen aan mijn vader, die in dat jaar overleed. Het stuk geeft de leegte van de woestijn weer, een leegte die echter gevuld is met concentratie. In 2017 kreeg ik bij Stillness een beeld, dat ik in verband bracht met mijn voorouders, die gedurende vele eeuwen landarbeiders of boeren met een klein stukje grond waren in Twente, een streek in het oosten van Nederland die grenst aan Duitsland:
Voorjaar. Aan het einde van een dag hard werken rust een landarbeider even uit, voordat hij naar huis gaat. Hij leunt tegen een boom aan, met zijn gezicht in de milde namiddagszon. Opeens, heel even maar, ziet hij de Eeuwigheid. Enkele jaren gebeurt het opnieuw, maar daarna nooit weer. Het verlangen ernaar bemoedigt hem echter gedurende de rest van zijn leven en geeft hem kracht in het uur van zijn dood.
3. Listening to the fairies werd geschreven in 2003, eveneens voor orgel solo. De stemming is lichtvoetig, ongecompliceerd en vrolijk; een kwaliteit die in 18e eeuwse muziek heel gebruikelijk was, daarna zeldzamer werd en in hedendaagse klassieke muziek nauwelijks voorkomt.
4. Wild Energy is het laatste deel van Five Dances for organ, gecomponeerd in 1997. Het beeldt mannelijke kracht en natuurgeweld uit, zoals een storm.
5. Terra Ferma is oorspronkelijk een compositie voor altfluit en electronica van Martijn Alsters. Hier wordt het gecombineerd met het hoge geluid van een aangestreken bekken, dat trillende lucht weergeeft op een hete dag, boven de vaste grond van de aarde. Vreemde geluiden van het orgel verhogen de concentratie.
Deel 2
6. The Loop Man # Ardha Jai Taal is ontstaan in 2016. “The Loop Man” is een bijnaam die Mike Garson mij gaf vanwege de vele ritmisch-melodische patronen die ik schreef voor met name de linkerhand. Door veelvuldige herhalingen fungeren deze als “groove” of “loop”; termen uit de jazz en popmuziek. Ze zijn bijzonder geschikt voor cross-overs tussen verschillende muziekculturen. Hier gaat het om een loop van 61/2 tel, met als voorbeeld Ardha Jai Taal, een ritmisch patroon uit Indiase muziek.
7. Exaltation is evenals Wild Energy oorspronkelijk een deel uit Five Dances for organ. De quasi-Keltische melodie kwam in mij op na het zien van een voorstelling van Riverdance, een Ierse dansgroep die furore maakte in de jaren ’90.
8. Howling Sands is een titel die spontaan naar boven kwam toen ik in mei 2016 dit stuk maakte, naar aanleiding van een bezoek aan de Der Aa-kerk in Groningen met het schitterende Schnittger-orgel. Toen ik het als zoekterm invoerde op Internet, zag ik tot mijn verbazing dat “huilend zand” echt bestaat; het is een natuurverschijnsel dat gedurende enkele minuten een geluid tot aan 105 decibel kan veroorzaken. Het komt op ongeveer 35 plaatsen in de wereld voor, waaronder de Mojave-woestijn in Californië.
9. Birds, drums and signals is het tweede deel van Three light pieces uit 2016. Net als bij Listening to the fairies gaat het om een oprechte, kinderlijke vreugde, zoals ik die aantrof bij Afrikaanse musici in de Scots International Church in Rotterdam, waar ik van 1998 tot 2000 organist was. De loop of groove wordt nu gespeeld door de rechterhand, in een 13/8 maat en als uitgangspunt voor een impro -visatie op fluit.
10. Terra Incognita is een improvisatie van percussionist/componist Friso van Wijck.
Deel 3
11. Grooving Angry Elephants is het meest recente stuk, ontstaan in mei 2016. Bron van inspiratie waren de prachtige trompetregisters van het orgel in de Der Aa-kerk. Voordat deze klinken is er een woeste melodie in octaven, met een plenum van het Rugwerk als registratie. De 11/8 groove die volgt, met het geluid van de tongwerken van het Hoofdwerk en gespeeld door de linkerhand, geeft het heen en weer zwaaien van de olifantenslurf weer en het trompetteren. De improviserende rechterhand drukt een gevoel van woede en onmacht uit. De titel is ontstaan na het zien van een video over opgejaagde olifanten op YouTube.
12. Madonna of the sky is het centrale deel van de cyclus, waarin het wonder van de hemelvaart van Maria plaatsvindt. Het refereert aan de vrouwelijkheid van Maria, het onvergetelijke beeld van de Engel in Messiaens opera Saint-François d’Assise in de Parijse uitvoering van 2004 en tijdloze vruchtbaarheidssymbolen overal ter wereld, zoals de bij. Madonna of the sky past in het bijzonder bij een passage uit de roman Bloem van Heiligheid van Ramon María del Valle-Inclán:
13. Mirage - Intensity - Vision is een uitbarsting van kracht en refereert evenals Wild Energy en Howling Sands aan natuurgeweld en mannelijkheid. Het eerste deel is geënt op een improvisatie die ik speelde om een storm uit te beelden in voorstellingen van Henk van Ulsens Job in de jaren ’90. Tevens verscheen het op mijn CD Imaginary Day met als titel Breakwave. Het tweede deel is terug te voeren op een improvisatie uit het begin van de jaren ’80, toen ik nog studeerde. Mirage - Intensity - Vision gaat zonder onderbreking over in het slotdeel.
1. Intro bestaat uit spaarzame, percussieve geluiden, voortgebracht door een raadselachtig persoon, die de ruimte binnenkomt en verkent.
2. Stillness is oorspronkelijk een compositie voor orgel solo, geschreven in 1996 en opgedragen aan mijn vader, die in dat jaar overleed. Het stuk geeft de leegte van de woestijn weer, een leegte die echter gevuld is met concentratie. In 2017 kreeg ik bij Stillness een beeld, dat ik in verband bracht met mijn voorouders, die gedurende vele eeuwen landarbeiders of boeren met een klein stukje grond waren in Twente, een streek in het oosten van Nederland die grenst aan Duitsland:
Voorjaar. Aan het einde van een dag hard werken rust een landarbeider even uit, voordat hij naar huis gaat. Hij leunt tegen een boom aan, met zijn gezicht in de milde namiddagszon. Opeens, heel even maar, ziet hij de Eeuwigheid. Enkele jaren gebeurt het opnieuw, maar daarna nooit weer. Het verlangen ernaar bemoedigt hem echter gedurende de rest van zijn leven en geeft hem kracht in het uur van zijn dood.
3. Listening to the fairies werd geschreven in 2003, eveneens voor orgel solo. De stemming is lichtvoetig, ongecompliceerd en vrolijk; een kwaliteit die in 18e eeuwse muziek heel gebruikelijk was, daarna zeldzamer werd en in hedendaagse klassieke muziek nauwelijks voorkomt.
4. Wild Energy is het laatste deel van Five Dances for organ, gecomponeerd in 1997. Het beeldt mannelijke kracht en natuurgeweld uit, zoals een storm.
5. Terra Ferma is oorspronkelijk een compositie voor altfluit en electronica van Martijn Alsters. Hier wordt het gecombineerd met het hoge geluid van een aangestreken bekken, dat trillende lucht weergeeft op een hete dag, boven de vaste grond van de aarde. Vreemde geluiden van het orgel verhogen de concentratie.
Deel 2
6. The Loop Man # Ardha Jai Taal is ontstaan in 2016. “The Loop Man” is een bijnaam die Mike Garson mij gaf vanwege de vele ritmisch-melodische patronen die ik schreef voor met name de linkerhand. Door veelvuldige herhalingen fungeren deze als “groove” of “loop”; termen uit de jazz en popmuziek. Ze zijn bijzonder geschikt voor cross-overs tussen verschillende muziekculturen. Hier gaat het om een loop van 61/2 tel, met als voorbeeld Ardha Jai Taal, een ritmisch patroon uit Indiase muziek.
7. Exaltation is evenals Wild Energy oorspronkelijk een deel uit Five Dances for organ. De quasi-Keltische melodie kwam in mij op na het zien van een voorstelling van Riverdance, een Ierse dansgroep die furore maakte in de jaren ’90.
8. Howling Sands is een titel die spontaan naar boven kwam toen ik in mei 2016 dit stuk maakte, naar aanleiding van een bezoek aan de Der Aa-kerk in Groningen met het schitterende Schnittger-orgel. Toen ik het als zoekterm invoerde op Internet, zag ik tot mijn verbazing dat “huilend zand” echt bestaat; het is een natuurverschijnsel dat gedurende enkele minuten een geluid tot aan 105 decibel kan veroorzaken. Het komt op ongeveer 35 plaatsen in de wereld voor, waaronder de Mojave-woestijn in Californië.
9. Birds, drums and signals is het tweede deel van Three light pieces uit 2016. Net als bij Listening to the fairies gaat het om een oprechte, kinderlijke vreugde, zoals ik die aantrof bij Afrikaanse musici in de Scots International Church in Rotterdam, waar ik van 1998 tot 2000 organist was. De loop of groove wordt nu gespeeld door de rechterhand, in een 13/8 maat en als uitgangspunt voor een impro -visatie op fluit.
10. Terra Incognita is een improvisatie van percussionist/componist Friso van Wijck.
Deel 3
11. Grooving Angry Elephants is het meest recente stuk, ontstaan in mei 2016. Bron van inspiratie waren de prachtige trompetregisters van het orgel in de Der Aa-kerk. Voordat deze klinken is er een woeste melodie in octaven, met een plenum van het Rugwerk als registratie. De 11/8 groove die volgt, met het geluid van de tongwerken van het Hoofdwerk en gespeeld door de linkerhand, geeft het heen en weer zwaaien van de olifantenslurf weer en het trompetteren. De improviserende rechterhand drukt een gevoel van woede en onmacht uit. De titel is ontstaan na het zien van een video over opgejaagde olifanten op YouTube.
12. Madonna of the sky is het centrale deel van de cyclus, waarin het wonder van de hemelvaart van Maria plaatsvindt. Het refereert aan de vrouwelijkheid van Maria, het onvergetelijke beeld van de Engel in Messiaens opera Saint-François d’Assise in de Parijse uitvoering van 2004 en tijdloze vruchtbaarheidssymbolen overal ter wereld, zoals de bij. Madonna of the sky past in het bijzonder bij een passage uit de roman Bloem van Heiligheid van Ramon María del Valle-Inclán:
Adega, cuando iba al monte con las ovejas, tendíase a la sombra de grandes peñascales y pasaba así horas enteras, la mirada sumida en las nubes y en infantiles éxtasis el ánima. Esperaba llena de fe ingénua que la azul inmensidad se rasgase dejándole entrever la Gloria. Sin conciencia del tiempo, perdida en la niebla de este ensueño sentía pasar sobre su rostro el aliento encendido del milagro. ¡Y el milagro acaeció!…Un anochecer de verano Adega llegó a la venta jadeante, transfigurada la faz.
(fragmento de la novela Flor de Santidad de Ramon María del Valle-Inclán)
Als Adega met de schapen naar de berg ging, strekte ze zich uit in de schaduw van grote rotsblokken en bracht daar hele uren door, met de blik gericht op de wolken en de ziel in kinderlijke extase. Vol van naïef geloof hoopte ze dat de blauwe oneindigheid zou openbreken en haar de Gelukzaligheid zou laten zien. Zonder zich van tijd bewust te zijn, verloren in de nevel van deze droom voelde ze de brandende ademtocht van het wonder over haar gelaat stromen. En het wonder gebeurde! Bij het vallen van een avond, in de zomer, kwam ze hijgend bij de herberg aan, met een verheerlijkte gelaatsuitdrukking.
(fragment van de roman Bloem van Heiligheid van Ramon María del Valle-Inclán)
13. Mirage - Intensity - Vision is een uitbarsting van kracht en refereert evenals Wild Energy en Howling Sands aan natuurgeweld en mannelijkheid. Het eerste deel is geënt op een improvisatie die ik speelde om een storm uit te beelden in voorstellingen van Henk van Ulsens Job in de jaren ’90. Tevens verscheen het op mijn CD Imaginary Day met als titel Breakwave. Het tweede deel is terug te voeren op een improvisatie uit het begin van de jaren ’80, toen ik nog studeerde. Mirage - Intensity - Vision gaat zonder onderbreking over in het slotdeel.
14. My friend the Indian werd geschreven in 1996 en is opgedragen aan Rien Roggeveen, een goede vriend van mij, en Saint Kateri Tekakwitha, een Indiaanse vrouw die leefde in de buurt van de Mohawk-rivier in Canada in de 17e eeuw. In 2009 las ik, aangespoord door Marcel Cobussen, het artikel Thoughts on Improvisation van Bruno Nettl (1974), waarin hij aantoont dat improvisatie en compositie bij de Pima-Indianen in Arizona moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dit sprak mij aan omdat ook bij mij de scheiding tussen improvisatie en compositie vaak heel gering is. Tevens maakt Nettl duidelijk dat improviseren/componeren voor deze indianen bestaat uit ontrafelen van muziek die in een bovennatuurlijke werkelijkheid reeds aanwezig zou zijn. Het was verhelderend dit te lezen, omdat ik mij nooit helemaal kon vinden in het idee van kunst als individuele expressie van individuele emotie, van binnenuit dus, zoals in de negentiende en twintigste eeuw tot op heden gebruikelijk is geweest. In die zin is mijn muziek meer verwant aan bijvoorbeeld klassieke Indiase of Perzische muziek en “oude” Europese muziek dan aan Westerse muziek van na 1800. Deze ideeën bracht ik in verband met My friend the Indian, dat vanaf 1996 altijd tamelijk raadselachtig is gebleven, maar waarvan nu de puzzelstukjes in elkaar lijken te vallen: het roept een beeld op van een woestijn die na hevige storm en regenval tot bloei is gekomen. Een indiaan zit op de grond en kijkt rustig om zich heen.
Foto Guy Tal
